Het ontwikkel-ding

Dit artikel is het derde deel van een drieluik over organisatiegroei. In de eerdere delen verkenden we de essentie van cultuur en strategie. Nu richten we ons op de kern van organisatieontwikkeling: hoe een organisatie kan floreren in een snel veranderende wereld. We behandelen de definitie van organisatieontwikkeling, de relatie met cultuur en strategie, het belang en hoe je deze ontwikkeling effectief beheerst.

Organisatie en ontwikkeling

In lijn met systeemdenkers als Von Bertalanffy en hedendaagse concepten als sensemaking, resilience en complexe adaptieve systemen, hanteren we de volgende definitie van een organisatie:

Een organisatie is een verzameling mensen en middelen met daartussen een zodanige interactie dat gedurende langere tijd een dynamisch evenwicht bestaat tussen input en output. Dit evenwicht is dynamisch omdat de organisatie in staat is het te behouden onder onzekere, continu veranderende omstandigheden.

Inherent aan deze definitie is dat organisatie en omgeving zich voortdurend wederzijds aanpassen. Organisatie-ontwikkeling betekent in deze context:

Het vergroten van het begrip van de dynamiek in de omgeving en de eigen rol daarin, en dit te gebruiken om de toegevoegde waarde voor het geheel te verbeteren.

Een organisatie onderscheidt zich van systemen zoals een televisie, vliegtuig of kerncentrale. Die kunnen onder stabiele, vooraf onderkende omstandigheden de balans tussen input en output behouden, maar missen het vermogen zich aan te passen aan onvoorziene veranderingen.

Organisatie ontwikkeling, cultuur en strategie

Strategie bepaalt de positie van een organisatie in de maatschappij, de erkende relaties en hoe daarmee wordt omgegaan. De dagelijkse activiteiten worden echter gestuurd door de organisatiecultuur – de manier waarop besluiten worden genomen.

Een stabiel, dynamisch systeem vereist een realistische strategie die wordt gedragen door de cultuur. Zo blijft de organisatie een bastion in een steeds veranderende omgeving.

Waar strategie in de twintigste eeuw vaak jarenlang stabiel bleef, zorgen maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen ervoor dat strategie en cultuur nu voortdurend in beweging zijn. Organisaties moeten alert zijn op veranderingen die hun stabiliteit bedreigen en hierop anticiperen. Dit is het domein van organisatieontwikkeling.

Het belang

Een organisatie verkeert dus in een dynamisch evenwicht, zij kan tegen een stootje. Figuur 1 visualiseert dit aan de hand van het gedachtengoed Peter Senge.1

+ Groeiproces
Waarde wordt routinematig geleverd. Problemen die ontstaan door onvoorziene gebeurtenissen of risico’s worden binnen de bestaande context opgelost..

– Beperkend proces
Ontwikkelingen die buiten de bestaande context vallen, leiden tot symptoombestrijding. Dit biedt tijdelijk lucht, maar de oorzaken blijven bestaan. Uiteindelijk ontstaat er een crisis die heroriëntatie afdwingt.


Figuur 2 toont hoe de prestaties van een organisatie zich ontwikkelen in de loop der tijd, onder invloed van deze twee krachten. Organisaties die hun eigen ontwikkeling niet beheersen, verliezen uiteindelijk hun maatschappelijke en economische relevantie.

Vereiste competenties

Het vermogen om om te gaan met onvoorziene en niet te voorziene ontwikkelingen heet in de vakliteratuur het dynamisch vermogen (eng. dynamic capability2). Dit vermogen wordt bepaald door in hoeverre een organisatie in staat is de situatie te herkennen, erop te anticiperen en eruit volgende besluiten om te zetten in actie.

Herkennen wat ertoe doet – voordat het er écht toe doet
In een wereld van snelle verandering is niet alleen het waarnemen van belang, maar vooral de manier waarop wordt gekeken. Dit helpt om confirmation bias te doorbreken.

Een open, onderzoekende houding is cruciaal, net als transparantie, vertrouwen en onderlinge waardering. Toegang tot informatie is daarbij een randvoorwaarde – en vereist meer dan een goed functionerende informatiehuishouding.

Zonder heldere visie op informatiepositie, inzichtvorming en kennisdeling, blijven organisaties blind voor wat écht van belang is. Kennismanagement vormt daarom het fundament van organisatieontwikkeling.

Anticiperen – van inzichten naar impact
Herkennen is slechts het begin. Het echte verschil maak je door gedeelde inzichten te vertalen naar richting, besluitvorming en actie.

Anticiperen betekent het herijken van missie en visie, en het vernieuwen van interne en externe relaties – doelgericht, met draagvlak. Het is geen eenmalige actie, maar een blijvende vaardigheid: de toekomst actief mede vormgeven.

Executie: waar ambitie werkelijkheid wordt
Tussen plannen en praktijk ligt een complex terrein. Verandering betekent verschuivingen in rollen, belangen en machtsverhoudingen. Posities veranderen van gewicht, bijdragen krijgen een andere waardering, en beloningen sluiten soms niet meer aan.

Deze turbulentie is geen afwijking, maar een normaal onderdeel van verandering. Executie vereist leiderschap dat spanning benoemt, ruimte biedt aan zorgen én grenzen stelt aan destructief gedrag.

Goede uitvoering betekent koersvast blijven te midden van veranderende verhoudingen, met behoud van vertrouwen van de mensen die het moeten waarmaken.

Conclusie

Verandering is de enige constante. Strategie en cultuur vormen het (tijdelijke) stabiele fundament waarop een organisatie dagelijks excelleert en anticipeert op onvoorziene ontwikkelingen.

Maar vroeg of laat voldoet dit fundament niet meer. De organisatie moet dan subtiele signalen herkennen, een nieuw perspectief schetsen en dit daadwerkelijk realiseren.

Dat vraagt om dynamisch vermogen – het geheel van herkennen, anticiperen en acteren. Elk van deze vaardigheden is complex en wordt onder verschillende vlaggen onderzocht, zoals leiderschap, verandermanagement en digitalisering.

Goede informatie-uitwisseling is hierin cruciaal, met een centrale rol voor de informatiepositie. Digitale technologie en AI kunnen dit vermogen versterken.

  1. Senge – de vijfde discipline – De kunst en praktijk van de lerende organisatie ↩︎
  2. Teece et al – Dynamic capabilities and strategic management, 1997 ↩︎